De luchtwasser,
Een veehouder vindt het een noodzakelijk kwaad die alleen maar meer werk en kosten geeft.
Voor de omgeving (buren) is het een uitkomst, minder stof, ammoniak uitstoot en stank.
De luchtwassers zijn te onderscheiden in tegenstroom-, dwarsstroom- en gelijkstroomwasser vanwege de manier waarop de uitgaande (smerige) stallucht en het waswater door het filterpakket van de wasser stromen.
Voor de veehouderij zijn er (naast de uitvoering) 3 (toegelaten) wassystemen beschikbaar:
- Biologisch systeem
- Chemisch systeem
- Gecombineerd systeem

(klik foto aan voor meer informatie)
Een biologisch luchtwassysteem werkt door de inzet van micro-organismen (bacterien) in het waswater die tot doel hebben de ammoniak en geur uit de stallucht te verwijderen. Reductie bij de toegelaten biologische luchtwassystemen bedraagt 70% op ammoniak, gemiddeld 45% op geur en ongeveer 60 tot 75% op stof.
Een chemisch luchtwassysteem werkt door de toevoeging van zuur aan het waswater, zodat de pH-waarde wordt verlaagd en er meer ammoniak en geur uit de uitgaande stallucht kan worden verwijderd. Reductie van de toegelaten chemische luchtwassystemen bedraagt 70 tot 95% op ammoniak, 30 tot 40% op geur en gemiddeld 30% op stof.
Gecombineerde luchtwassystemen bestaan uit meerdere (minimaal 2) wassystemen geintegreerd in een gecombineerd systeem. Met deze luchtwassystemen wordt de uitgaande stallucht meerdere keren gewassen/gereinigd. Het huidige gecombineerde bestaan uit een biologisch of chemisch luchtwassysteem gecombineerd met een waterwasser en/of bio filter. De huidige (toegelaten) gecombineerde systemen reduceren ammoniak met 70 tot 85%. Geurreductie ligt eveneens tussen de 70 en 85% en de gemiddelde fijn stofemissie bedraagt 80%.
De luchtwasser wordt meestal aan achterzijde van de stal gezet; dit kan zowel op de grond als op hoogte met een (stalen) bok. Ook is het mogelijk om de wasser bovenin de stal te plaatsen; dit heeft als nadeel dat er aanpassingen aan het dak moeten plaatsvinden (kostenverhogend) terwijl er in de stal een (stalen) bok moet worden gebouwd voorzien van een draag plateau met voldoende draagkracht om een wasser in volbedrijf te kunnen dragen.
In de stal wordt een centraal afzuigkanaal gemaakt waarop alle regel-/meetkleppen van de afdelingen in uitkomen.
De ventilatoren worden in de wand tussen het centraal afzuigkanaal en de drukkamer (deze zit tussen het kanaal en de luchtwasser) geplaatst. Deze ventilatoren zuigen de warme/vuile lucht uit de stal en drukken deze via de drukkamer de wasser in waar de lucht dan wordt gereinigd.
De luchtwassers zijn uitgerust met een ruimte waarin de pompen voor was- en spuiwater, water- en spuimeter, besturings- en analyse apparatuur alsmede de functioneringscomputer is aangebracht.
Een aantal merken luchtwasser producenten hebben de computer(s) van de wasser al voorbereid voor monitoring op afstand (het is nog niet bekend wanneer dit een wettelijke eis gaat worden).
De computers en meters moeten regelmatig worden af- c.q. uitgelezen en de gegevens hiervan moeten worden genoteerd in het logboek. Het is van groot belang dit logboek met regelmaat in te vullen in verband met controles van diverse instanties. Naast het invullen van het logboek zullen er, afhankelijk van de eisen die in het toelatingscertificaat zijn gesteld, rendementsmetingen en watermonsters worden genomen.
Binnen in de luchtwasser vinden we de filterpaketten, een waswaterverdeelsysteem, pH-meter, sensoren, temperatuurmeter, vlotter- en niveaubeveiligingen.
Bij de chemische wassystemen is er nog een druppelvanger noodzakelijk die zorgt dat er geen druppels van het (aangezuurde) waswater met de lucht wordt uitgeblazen.
Naast een luchtwasser heeft de veehouder een spuitank, voor opslag van het vervuilde gespuide waswater nodig. En bij een wasser met een chemische wasstap dient er een afsluitbare voorziening te worden aangebracht voor de opslag van zwavelzuur.
Met ingang 1 januari 2011 is spuiwater opgenomen in de Uitvoeringsregeling meststoffenwet. Hierdoor kunnen de gebruikskosten van de (meeste) wassers worden verlaagd door de verkoop van het spuiwater.
Nitrificatie
Een luchtwasser heeft een interne of externe nitrificatie.
Nitrificatie is een proces (biologische oxidatie) waarbij ammonium in stappen wordt omgezet tot nitraat.
Het luchtwassysteem filtert door middel van (sproei-)water ammoniak uit de ventilatielucht (luchtreiniging). Door toevoeging van bacterien wordt het nitrificatieproces in werking gezet. Dit proces kan zowel in de luchtwasser (waterbak) als buiten de luchtwasser (bijv. water opslag in een kelder).
Er zal regelmatig worden gespuid (vers water toevoegen) waarbij het gebruikte sproeiwater met de nitriet wordt opgeslagen in een spuitank. Die later wordt geleegd en waarbij de liters in de mestboekhouding worden geregistreerd.
Denitrificatie
Denitrificatie wordt voornamelijk toegepast bij een (biologische) combiwasser als een vervolgstap op de waterreiniging.
Denitrificatie is een vervolgstap op de nitrificatie. Het vervuilde sproeiwater wordt in het denitrificatieproces (biologisch) gereinigd waarbij het gereinigde water weer in de wasser kan worden hergebruikt. Dit heeft een waterbesparing tot doel.
Dus eerst nitrificatie (luchtreiniging) en dan denitrificatie (spuiwaterreiniging voor hergebruik).
Denitrificatie is geen verplichting en is nog geen erkend systeem; het is alleen (gedeeltelijk) waterbesparend.
